dutch
Log in!

Click here to log in
New account
4 million accounts created!
JOIN our free club and learn for free now!

  • Home
  • Report a bug


  •  


    Learn Dutch > Dutch lessons and exercises > Dutch test #104467
    > Other Dutch exercises on the same topic: Adjectives [Change theme]
    > Similar tests: - Adjectives - Numbers - Adjectives - Adjectives - Adjectives - Adjectives - Possessive adjectives - Superlatives
    > Double-click on words you don't understand


    Adjectives


    Adjectives



    Twitter Share
    Dutch exercise "Adjectives" created by rejane with The test builder
    Click here to see the current stats of this Dutch test [Save] [Load] [?]


    1. Rugby wordt met een bal gespeeld. (ovaal)

    2. Ik neem een douche. (snel)

    3. Dan doe ik een jurk aan. (mooi)

    4. Die kleur staat me goed. (rood)

    5. Het is een jurk: honderd euro! (duur)

    6. Mijn oma komt vandaag. (lief)

    7. Ze heeft een gezondheid. (zwak)

    8. De politie zoekt een , sterke man met een snor. (groot)

    9. De verdachte heeft grijs haar en ogen. (blauw)

    10. In dat café werkt een serveerster. (knap)

    11. Wil je me helpen de kist naar mijn auto te brengen? (zwaar)

    12. Er is niemand op het strand. (nat)

    13. Ik hou niet van woorden. (boos)

    14. Een krokodil heeft tanden. (scherp)

    15. Haar vriend heeft veel plannen. (ambitieus)

    16. Het is een zomerdag. (heet)









    End of the free exercise to learn Dutch: Adjectives
    A free Dutch exercise to learn Dutch.
    Other Dutch exercises on the same topic : Adjectives | All our lessons and exercises


    Share : Facebook / Google+ / Twitter / ...