dutch
Log in!

Click here to log in
New account
4 million accounts created!
JOIN our free club and learn for free now!

  • Home
  • Print
  • Guestbook
  • Report a bug


  •  


    Learn Dutch > Dutch lessons and exercises > Dutch test #25360
    > Other Dutch exercises on the same topic: The house [Change theme]
    > Similar tests: - House - Living room - Kitchen - Bathroom - House - Garden - Past participles-Housework - Furniture
    > Double-click on words you don't understand


    Bedroom


    IN MIJN SLAAPKAMER

    de plankenvloer

    het kamerbreed tapijt

    het parket

    het plafond

    de deur

    het raam /het venster

    het gordijn

    het luik ( )het zonneblind ()

    het rolgordijn

    het behangpapier

    het bed

    het éénpersoonsbed

    het dubbelbed

    het lits-jumeaux

    het stapelbed

    het hemelbed

    de slaapbank

    het nachtkastje

    de commode

    de kaptafel

    de kleerkast

    de muurkast

    het bureau

    de stoel

    het krukje

    de zetel () de leunstoel ()

    het rek

    de boekenkast

    de lamp

    het bedlampje

    de bureaulamp

    de lampenkap

    de sprei

    de donsdeken

    het dekbed

    de dekbedhoes

    de deken

    het laken

    het hoofdkussen

    de / het sloop (de, étant d'usage plus courant)

    de lade

    de pyjama

    de kamerjas

    de pantoffel

    de wekker

    de wekkerradio

    de hi-fi installatie

    het vloerkleedje (), het karpet()

    de spiegel

    de kleerhanger






    Twitter Share
    Dutch exercise "Bedroom" created by mariebru with The test builder
    Click here to see the current stats of this Dutch test [Save] [Load] [?]


    Click on letters between brackets to build correct words. Click on the box to start again.

    1. Een (                          ) is moeilijk te vinden.

    2. Deze (                       ) heeft drie laden.

    3. Doe het (              ) dicht, het is koud !

    4. Dit (                    ) heeft een mooie glans.

    5. Een (                             ) kan gevaarlijk zijn voor het kind dat boven slaapt.

    6. Zijn bed en zijn (                             ) zijn uit hetzelfde hout gemaakt.

    7. Gebruikt u een houten of ijzeren (                                   ) ?

    8. Ik haat deze nieuwe (                                   ) !

    9. In de badkamer is er ook een (                    ) .

    10. Wat zoekt u in deze (              ) ?

    11. Het is koud. Vlug onder de (                             )

    12. Heren slapen in (                    ) , vrouwen in nachthemd.

    13. Thuis dragen we (                                )

    14. Voor de verjaardag van haar vader heeft Cindy een mooie ¨ (                          ) gekocht.

    15. Ik kan moeilijk zonder (                                   ) slapen.









    End of the free exercise to learn Dutch: Bedroom
    A free Dutch exercise to learn Dutch.
    Other Dutch exercises on the same topic : The house | All our lessons and exercises