dutch
Log in!

Click here to log in
New account
4 million accounts created!
JOIN our free club and learn for free now!

  • Home
  • Report a bug


  •  


    Learn Dutch > Dutch lessons and exercises > Dutch test #26175
    > Other Dutch exercises on the same topic: Nature [Change theme]
    > Similar tests: - Forest - Months & seasons - Winter activities - Netherlands: water - Seasons - Earth & nature - Flowers - Sentences-in the garden
    > Double-click on words you don't understand


    Garden



    De tuin

    de tuinbank (en)

    de emmer (s)

    de grasmaaier (s)

    de spade (n)

    de hark (en)

    de schoffel (s)

    de bladhark (en)

    de tuinslang (en)

    de werkhandschoen (en)

    de parasol (s)

    de gieter (s)

    de zandbak (ken)

    de hooivork (ken)

    de snoeischaar (scharen)

    de bloembak (ken)

    de bloempot (ten)

    de aarde (-)

    de schop (pen)

    de zonneschijn

    het hek (hekken)

    het klimrek (ken)

    het nestkastje (s)

    het compostvat (en)

    het tuinhuis (huizen)

    het gazon (s)

    maaien

    zaaien

    zoenen

    uit|rusten (verbe non pronominal)

    in de felle zonneschijn

    de zon schijnt fel

    een handje helpen

    lenen

                                   

    In deze tuin vol planten en bloemen heeft meneer Janssens veel gezaaid.

    Na een dagje heel hard werken in de felle zonneschijn is de tuin weer prachtig en rust meneer Janssens uit op de tuinbank.

    De tuin van zijn buurman is niet zo net : het gras staat te hoog.

    Meneer Janssens zal hem zijn grasmaaier lenen.

    Hij zal ook een handje helpen om bloemen te zaaien.

    Meneer Janssens heeft nog veel werk : hij moet een nieuw klimrek plaatsen en de hekken schilderen.

    Exercice : Voici un test de vocabulaire et de conjugaison. De vocabulaire, car vous devez mettre le bon verbe, de conjugaison vu que vous devez mettre le participe passé de ce verbe. Ce n'est pas difficile, rappelez-vous simplement qu'il y a des verbes forts et des verbes faibles et que vous devez toujours respecter les règles d'orthographe.





    Twitter Share
    Dutch exercise "Garden" created by mariebru with The test builder
    Click here to see the current stats of this Dutch test [Save] [Load] [?]


    1. Meneer Janssens heeft bloemen (semer)

    2. Hij heeft veel (travailler)

    3. Daarna heeft hij (se reposer)

    4. Hij heeft ook het gazon van zijn buurman (tondre)

    5. Vandaag heeft de zon fel (taper)

    6. gisteren heeft het (pleuvoir)

    7. In de tuin hebben de bloemen genoeg water (avoir)

    8. Meneer Janssens heeft ook een nestkastje (construire)

    9. Mevrouw Janssens heeft de hekken (peindre),

    10. terwijl meneer Janssens het klimrek heeft (placer).









    End of the free exercise to learn Dutch: Garden
    A free Dutch exercise to learn Dutch.
    Other Dutch exercises on the same topic : Nature | All our lessons and exercises


    Share : Facebook / Google+ / Twitter / ...