dutch
Log in!

Click here to log in
New account
4 million accounts created!
JOIN our free club and learn for free now!

  • Home
  • Report a bug


  •  


    Learn Dutch > Dutch lessons and exercises > Dutch test #36446
    > Other Dutch exercises on the same topics: Contractions | How words are built [Change theme]
    > Similar tests: - Diminutive words - Build these words (1) - Building words (2) - Easy sentences - Adjectives - Diminutive words - Diminutive words - Diminutive words
    > Double-click on words you don't understand


    Diminutive words


     





    Twitter Share
    Dutch exercise "Diminutive words" created by mariebru with The test builder
    Click here to see the current stats of this Dutch test [Save] [Load] [?]


    1. Lia maakte (knip) in de stof.

    2. Ze krabbelde haar naam op het (papier).

    3. Peter is het (lieveling) van de meester.

    4. De kat zit in de tuin naar (vogel) te kijken.

    5. Hij doet het (visitekaart) in zijn jaszak.

    6. Het (fles) olie had ze uit de medicijnkast genomen.

    7. Hij was blij zijn geliefde (vrouw) bij zich te hebben.

    8. De vrouw zette een (pan) met aardappelen op het fornuis.

    9. Het is mijn lot dat ik altijd verlies met (spel)

    10. Het kind heeft pijn aan zijn (buik).









    End of the free exercise to learn Dutch: Diminutive words
    A free Dutch exercise to learn Dutch.
    Other Dutch exercises on the same topics : Contractions | How words are built | All our lessons and exercises


    Share : Facebook / Google+ / Twitter / ...