dutch
Log in!

Click here to log in
New account
4 million accounts created!
JOIN our free club and learn for free now!

  • Home
  • Report a bug


  •  


    Learn Dutch > Dutch lessons and exercises > Dutch test #55224
    > Other Dutch exercises on the same topic: Jobs [Change theme]
    > Similar tests: - Jobs - Alphabet: jobs - Hairdresser's - Secretray - Jobs (2) - Lawyers - The teacher - Bank clerk
    > Double-click on words you don't understand


    Farm


    De boerin.

    Ik ben Cora Vandeveld.

    Ik werk met mijn man op onze boerderij.

    Ik ben zevenendertig jaar oud.

    We hebben drie kinderen.

    We wonen op het platteland, dichtbij Leiden.


         

    de tractor

    de tractors / tractoren

    de vogelverschrikker

    de vogelverschrikkers

    de tarwe

    de suikerbiet

    de suikerbieten

     de mais/maïs

    het stro 

    de koe

    de koeien

    de geit

    de geiten

    de kip

    de kippen

    het varken

    de varkens

    het paard

    de paarden

    het schaap

    de schapen

    In de zomer werken we druk op het land of in de stal.

      De boer melkt de koeien.
     De boer maakt balen hooi die ongeveer 25 kilo wegen.
     De boerin neemt elke dag de eieren weg.
    Dieren moeten ook voedsel hebben daar zorgt de boerin voor.
    In de winter onderhoudt de boer zijn tractor.

    Peter en Sonia bezoeken een boerderij.

    Kijk Peter ! Daar staan de koeien.
    En hier zie je de geiten.
    Ik vind de schapen zo mooi.
    Ja, maar de varkens zijn niet vriendelijk. Pas op !
    Mogen we eten aan de kippen geven ?
    Ja kindjes, en jullie mogen ook de eieren wegnemen.

     Waar zijn de paarden ?

    Ze staan in de wei.
    Kom, we gaan boter en kaas maken.
    Dat is zeker lekker. Mogen we die proeven ?
    Complete. 





    Twitter Share
    Dutch exercise "Farm" created by mariebru with The test builder
    Click here to see the current stats of this Dutch test [Save] [Load] [?]


    Click on letters between brackets to build correct words. Click on the box to start again.

    1. In de zomer werken de boer en de boerin druk op de (                             ) .

    2. Ze moeten de (                    ) melken.

    3. De boerin geeft voer aan de (                    ) .

    4. De boerin neemt de (                    ) weg.

    5. De boer maakt pakjes (              ) die ongeveer 25 kilo wegen.

    6. Met melk maakt de boerin kaas en (                 ) klaar.

    7. De boerin verzorgt ook de (                    ) .

    8. Hoe heet de boerin ? (                                         ) (2 words - Space)

    9. Ze is (                                         ) jaar oud.

    10. Ze heeft drie (                          ) .









    End of the free exercise to learn Dutch: Farm
    A free Dutch exercise to learn Dutch.
    Other Dutch exercises on the same topic : Jobs | All our lessons and exercises


    Share : Facebook / Google+ / Twitter / ...