dutch Add a new lesson / test
Log in!

Click here to log in
New account
4 million accounts created!
JOIN our free club and learn for free now!

  • Home
  • Print
  • Guestbook
  • Report a bug


  •  


    Learn Dutch > Dutch lessons and exercises > Dutch test #85583
    > Other Dutch exercises on the same topics: Compound words | How words are built | Nouns [Change theme]
    > Similar tests: - Plural 2:-S - Adjectives - Om te/voor - Plural (irregular) - Diminutive words - Build these words (1) - Plural - Plural
    > Double-click on words you don't understand


    Compound words with huis (house)








    Twitter Share
    Dutch exercise "Compound words with huis (house)" created by mariebru with The test builder
    Click here to see the current stats of this Dutch test [Save] [Load] [?]


    1. Vader draagt een mooie , een cadeautje van moeder.

    2. Als ik ziek ben, laat ik de komen.

    3. De heer Koenen is en zijn huizen brengen hem veel geld op.

    4. Ik heb geen want ik lijd aan allergie.

    5. Peter komt dikwijls bij ons; hij is onze beste .

    6. De dokter was niet thuis : hij is op ,heeft zijn secretaresse gezegd.

    7. Op een formulier moet je vaak je vermelden.

    8. Koop je soms producten van het in je supermarkt ?

    9. Vader is niet tevreden want onze is nog verhoogd.

    10. Julia werkt niet goed op school maar haar moeder heeft voor haar een goede gevonden.









    End of the free exercise to learn Dutch: Compound words with huis (house)
    A free Dutch exercise to learn Dutch.
    Other Dutch exercises on the same topics : Compound words | How words are built | Nouns | All our lessons and exercises


    Share : Facebook / Google+ / Twitter / ...