dutch
Log in!

Click here to log in
New account
4 million accounts created!
JOIN our free club and learn for free now!

  • Home
  • Print
  • Guestbook
  • Report a bug


  •  


    Learn Dutch > Dutch lessons and exercises > Dutch test #86703
    > Other Dutch exercises on the same topic: Adjectives [Change theme]
    > Similar tests: - Adjectives - Numbers - Adjectives - Adjectives - Adjectives - Adjectives - Possessive adjectives - Superlatives
    > Double-click on words you don't understand


    Adjectives


     

     





    Twitter Share
    Dutch exercise "Adjectives" created by anonyme with The test builder
    Click here to see the current stats of this Dutch test [Save] [Load] [?]


    1. Ik bezoek een (mooi) huis.

    2. Moeder heeft een (wit) blouse.

    3. Wat is je slaapkamer (ruim) !

    4. Frankrijk is een (groot) land.

    5. Mijn broer is een (lief) jongen.

    6. Ik schrijf die (moeilijk) woorden.

    7. Jan leest een (interessant) boek.

    8. Hij ontving een (zwaar) pak langs de post.

    9. Dat huis is zo (groot) !

    10. Hier is hun (oud) auto.

    11. Ze hebben een (grijs) wagen.

    12. Je hebt twee (dik) boeken.

    13. De (nieuw) speler komt vandaag.

    14. Dat is een (braaf) hond.

    15. Het meisje speelt met haar (groot) pop.

    16. Jan koopt een (blauw) paraplu.

    17. Mieke koopt een (geel) jurk.

    18. Dat is een (lang) straat.

    19. De kinderen zijn bijzonder (lief) .

    20. Waar moet ik die (zwaar) koffer zetten.









    End of the free exercise to learn Dutch: Adjectives
    A free Dutch exercise to learn Dutch.
    Other Dutch exercises on the same topic : Adjectives | All our lessons and exercises