dutch
Log in!

Click here to log in
New account
4 million accounts created!
JOIN our free club and learn for free now!

  • Home
  • Report a bug


  •  


    Learn Dutch > Dutch lessons and exercises > Dutch test #92435
    > Other Dutch exercises on the same topic: Contractions [Change theme]
    > Similar tests: - Diminutive words - Diminutive words - Diminutive words - Diminutive words - Diminutive words - Diminutive words - Diminutive words - Diminutives
    > Double-click on words you don't understand


    Diminutive words


     Verkleinwoorden 


     





    Twitter Share
    Dutch exercise "Diminutive words" created by ilona2 with The test builder
    Click here to see the current stats of this Dutch test [Save] [Load] [?]


    1. Els en haar broer wonen in (rijhuizen).

    2. Meisjes spelen graag (touwspringen).

    3. Een (moment), ik zal even kijken !

    4. Oma heeft een paar (spullen) op de vrijmarkt van Rotterdam gekocht.

    5. Bel me morgen op mijn mobiel !

    6. Er staat een foto van mijn hondje op mijn (nachtkast).

    7. Haar oom heeft zijn (hoed) aan de kapstok gehangen.

    8. Willen jullie een (aperitief) drinken ?

    9. Verdorie ! Ik heb mijn (armband) gebroken.

    10. Waarom heb je altijd (geheimen) ?

    11. Elke zondagmorgen, kunnen we (vogels) kopen op de markt van Antwerpen.

    12. Een (ogenblik) meneer Hanse. Ik breng u de menukaart

    13. Mijn vriendinnetje heeft me wel een (sms) gestuurd.

    14. Ik heb zin om een (sla) te eten.

    15. Dit hebben de (kabouters) me verteld !









    End of the free exercise to learn Dutch: Diminutive words
    A free Dutch exercise to learn Dutch.
    Other Dutch exercises on the same topic : Contractions | All our lessons and exercises


    Share : Facebook / Google+ / Twitter / ...