dutch
Log in!

Click here to log in
New account
4 million accounts created!
JOIN our free club and learn for free now!

  • Home
  • Report a bug


  •  


    Learn Dutch > Dutch lessons and exercises > Dutch test #24129
    > Other Dutch exercises on the same topics: Dictation | Family | Janssens family | Find the word [Change theme]
    > Similar tests: - Family - Family: Janssens (1) - Introducing oneself - Dialogue : Two friends - Dialogue : Family - Family Janssens (7)-Transport - Babies 1 - Janssens (15)- Morning activities
    > Double-click on words you don't understand


    Janssens (6)- Holidays



     

    De familie JANSSENS (6).

    Vakantieplannen.

     

    De familie Janssens heeft veertien dagen vakantie.

    Hoe zullen ze de tijd doorbrengen ?

    De mogelijkheden zijn niet zo veel : wandelen, lezen, T.V.-kijken, aan sport doen ... of naar het buitenland gaan.

    Meneer Janssens hoopt veertien dagen aan de kust door te brengen. Hij zal in het bos gaan wandelen.

    Mevrouw Janssens wil het land verlaten om zonnig weer te hebben. Ze zal in een gemakkelijke stoel blijven zitten.

    Bart wil aan sport doen : tennissen, voetballen, rugby spelen, zwemmen, fietsen en misschien met vader een boot huren.

    Cindy wil thuis blijven om piano te spelen. 's Avonds zal ze naar de bioscoop of het theater gaan.

    de mogelijkheid (mogelijkheden)

    de bioscoop (bioscopen)

    de boot (boten)

    de gemakkelijke stoel

    de schouwburg (en) - het theater (s)

    het bos (bossen)

    het land (en)

    het buitenland

    het zonnig weer

    het geld

    wandelen

    hopen

    voetballen

    rugby spelen

    tennissen

    zwemmen

    fietsen

    huren

    kamperen

    de tijd doorbrengen (bracht - gebracht)

    aan sport doen (deed - gedaan)

    naar het buitenland gaan

    aan de kust

    veertien dagen

    met/op vakantie gaan

    met/op vakantie zijn

    misschien

    Write down these words:








    Twitter Share
    Dutch exercise "Janssens (6)- Holidays" created by mariebru with The test builder. [More lessons & exercises from mariebru]
    Click here to see the current stats of this Dutch test

    Please log in to save your progress.


    1. Ik ga drie naar Duitsland.

    2. Ik nu piano.

    3. We gaan met de naar Parijs.

    4. De gaan naar de Belgische Ardennen.

    5. Ze nemen de tent mee want ze gaan .

    6. Cindy en haar vertrekken begin juli.

    7. Ze hebben niet veel om met vakantie te gaan.

    8. Dit jaar wil Cindy niet thuis .

    9. Haar moeder wil naar het gaan om zonnig weer te hebben.

    10. Wanneer ben je op ?









    End of the free exercise to learn Dutch: Janssens (6)- Holidays
    A free Dutch exercise to learn Dutch.
    Other Dutch exercises on the same topics : Dictation | Family | Janssens family | Find the word | All our lessons and exercises


    Share : Facebook / Google+ / Twitter / ...