dutch
Log in!

Click here to log in
New account
4 million accounts created!
JOIN our free club and learn for free now!

  • Home
  • Report a bug


  •  


    Learn Dutch > Dutch lessons and exercises > Dutch test #27520
    > Other Dutch exercises on the same topic: Diseases [Change theme]
    > Similar tests: - Health - At the doctor's - Dialogue : Doctor - Janssens (19)- Hospital - Synonyms - Janssens (24)- Dentist's - Dialogue : An accident - Janssens (40)- At the chemist's
    > Double-click on words you don't understand


    Health


    De gezondheid.

    de huisarts (en)

    de dokter (s)

    de stethoscoop (en)

    de zieke (n)

    de thermometer (s)

    de verpleger (s) - de verpleegster (s)

    de verkoudheid (heden)

    de ziekenwagen (s)

    het/de medicijn (en) = het geneesmiddel (-)

    het voorschrift (en)

    pijn hebben

    koorts hebben

    hoofdpijn hebben

    maagpijn hebben

    tandpijn hebben

    keelpijn hebben

    griep hebben

    hoesten

    beluisteren

    onderzoeken - onderzocht - onderzocht

    in|slikken

    een afspraak maken

    Wat zijn de klachten ?

    ziek

    beterschap !

    gezond - ongezond






    Twitter Share
    Dutch exercise "Health" created by mariebru with The test builder. [More lessons & exercises from mariebru]
    Click here to see the current stats of this Dutch test

    Please log in to save your progress.


    Click on letters between brackets to build correct words. Click on the box to start again.

    1. Mevrouw Janssens voelt zich niet goed maar ze wil niet naar het (                                ) gaan.

    2. Ze heeft hoofdpijn en (                             ) .

    3. Ze heeft ook een beetje (                    ) .

    4. Ze wil een (                          ) maken met de dokter.

    5. “Wat zijn de (                          ) ?” vraagt de dokter.

    6. Hoofdpijn, spierpijn en (                          ) ;

    7. “ (                 ) u ook ?”, vraagt de dokter nog.

    8. “U moet drie dagen in bed blijven; u hebt (                 ) ”.

    9. “U moet (                                ) slikken”.

    10. “En hier een (                                   ) voor de apotheker”.









    End of the free exercise to learn Dutch: Health
    A free Dutch exercise to learn Dutch.
    Other Dutch exercises on the same topic : Diseases | All our lessons and exercises


    Share : Facebook / Google+ / Twitter / ...