dutch
Log in!

Click here to log in
New account
4 million accounts created!
JOIN our free club and learn for free now!

  • Home
  • Report a bug


  •  


    Learn Dutch > Dutch lessons and exercises > Dutch test #28976
    > Other Dutch exercises on the same topic: BE, HAVE, DO, DID, WAS... [Change theme]
    > Similar tests: - Hebben / zijn - Auxiliaries - Auxiliaries - Auxiliaries - Imperfect-Zijn / Hebben - Present to be (zijn) and to have (hebben) - Present-hebben & zijn - Kunnen / mogen
    > Double-click on words you don't understand


    Moeten/Dienen te/hoeven te/Zullen...



    1. MOETEN

    De leerling moet zijn lessen herlezen.

    2. DIENEN TE

    Dit formulier dient u ter plaatse in te vullen.

    3. HOEVEN TE

    Hoeven we het hele boek te lezen ?

    4. ZULLEN

    Je zal met de directeur meegaan.

    - Hij zal wel ziek zijn.

    - Ze zal om 4 uur komen.

    - Dat meisje zal later mijn vrouw worden.

    5. SCHULDIG ZIJN

    Ze is me 20 euro schuldig.

    6. a) TE DANKEN HEBBEN AAN, VERSCHULDIGD ZIJN

    Hij heeft me altijd geholpen; ik heb veel te danken aan hem.

    b) TE WIJTEN HEBBEN/ZIJN

    Waaraan was het ongeval te wijten ?

    c) TOESCHRIJVEN

    Waaraan is dat toe te schrijven ?

    7. NIET MOGEN

    Dit terrein mag niet verkocht worden.

    8. MOCHT(EN) 

    Mocht je iets vernemen, verwittig me.

    Exercise





    Twitter Share
    Dutch exercise "Moeten/Dienen te/hoeven te/Zullen..." created by mariebru with The test builder. [More lessons & exercises from mariebru]
    Click here to see the current stats of this Dutch test

    Please log in to save your progress.


    1. Je geen moeite te doen ; ik vind wel een oplossing.

    2. Ik doe het niet graag, maar ik van mijn ouders.

    3. We nog maar twee examens te doen en dan hebben we vakantie.

    4. Het is tijd : we nu vertrekken of anders komen we te laat.

    5. Hij is mij € 50 .

    6. hij bellen, zeg maar dat ik weg ben.

    7. Het wel waar zijn. (ne pas employer zullen)

    8. Tom is nog niet terug. Hij zijn trein gemist hebben. (Ne pas employer moeten)

    9. Het schilderij wordt aan Picasso.

    10. U hier niet roken !









    End of the free exercise to learn Dutch: Moeten/Dienen te/hoeven te/Zullen...
    A free Dutch exercise to learn Dutch.
    Other Dutch exercises on the same topic : BE, HAVE, DO, DID, WAS... | All our lessons and exercises


    Share : Facebook / Google+ / Twitter / ...