dutch
Log in!

Click here to log in
New account
4 million accounts created!
JOIN our free club and learn for free now!

  • Home
  • Report a bug


  •  


    Learn Dutch > Dutch lessons and exercises > Dutch test #40981
    > Other Dutch exercises on the same topic: Grammar [Change theme]
    > Similar tests: - Infinitive - Hard sentences - ER IS ... ER ZIJN - Easy sentences - Build these sentences - Build these words (1) - Sentences with ER - Inverting
    > Double-click on words you don't understand


    Grammar




    het  zelfstandig naamwoord

    De vrouw zit aan tafel.

    het bepaald lidwoord

    In de zomer gaan we naar Parijs.

    het  onbepaald lidwoord

    Ik heb een zus.

    het bijvoeglijk naamwoord

    De zwarte hond loopt door de straat.

    het aanwijzend voornaamwoord

    Deze vrouw is de nieuwe lerares.

    het bezittelijk voornaamwoord

    Ons huis is klein.

    het vragend voornaamwoord

    Welke bediende is ziek ?

    het onbepaald voornaamwoord

    Alle kinderen zitten in de klas.

    het hoofdtelwoord

    Het kost driehonderd euro’s.

    het rangtelwoord

    Leopold de Tweede.

    het zelfstandig persoonlijk voornaamwoord

    We drinken een kopje koffie.

    het zelfstandig aanwijzend voornaamwoord

    Deze is groter.

    het zelfstandig bezittelijk voornaamwoord

    Dat is de mijne !

    het zelfstandig vragend voornaamwoord

    Wie komt morgen ?

    het zelfstandig onbepaald voornaamwoord

    Sommigen zullen hier blijven.

    het zelfstandig betrekkelijk voornaamwoord

    De man, die daar staat, is mijn broer.

    het bijwoord

    Hij blijft gewoonlijk thuis.

    het voorzetsel

    We liepen langs het kanaal.

    het nevenschikkend voegwoord

    Mijn broer en mijn zus zijn thuis.

    het onderschikkend voegwoord

    Hij zei dat hij moest terugkeren.

    het werkwoord

    We gaan naar zee.































     






    Twitter Share
    Dutch exercise "Grammar" created by mariebru with The test builder. [More lessons & exercises from mariebru]
    Click here to see the current stats of this Dutch test

    Please log in to save your progress.


    1. Mijn dochter is lang ziek geweest.

    2. Elk jaar gaan we naar zee.

    3. De glazen zijn leeg .

    4. Het meisje dat haar zakdoek had verloren, stond te huilen.

    5. Op dat feestje hebben we ons uitstekend geamuseerd.

    6. We lezen een mooi boek.

    7. De onzen hebben alles verloren.

    8. Wie heeft dat gedaan ? Ik

    9. Toen het ophield met regenen, stapten we weer op de fiets.

    10. Het is vandaag de negentiende april.









    End of the free exercise to learn Dutch: Grammar
    A free Dutch exercise to learn Dutch.
    Other Dutch exercises on the same topic : Grammar | All our lessons and exercises


    Share : Facebook / Google+ / Twitter / ...