Learn dutch 100% free
Log in!

Click here to log in
New account
4 million accounts created!
JOIN our free club and learn for free now!

  • Home
  • Report a bug


  •  


    Learn Dutch > Dutch lessons and exercises > Dutch test #59370
    > Other Dutch exercises on the same topic: Relative sentences [Change theme]
    > Similar tests: - Relative clauses - Subordinate clauses - Relative pronouns - Relative clauses (2) - Relative pronouns - Relative pronouns - Relative pronouns - Relative sentences (4)
    > Double-click on words you don't understand


    Relative pronouns






    Twitter Share
    Dutch exercise "Relative pronouns" created by mariebru with The test builder. [More lessons & exercises from mariebru]
    Click here to see the current stats of this Dutch test

    Please log in to save your progress.


    1. Hij gaf zijn brood aan de eend, ook kaas lustte.

    2. De man ze de vraag stelde, keek haar niet begrijpend aan.

    3. Zijn vader, architect is, moet de plannen van een hotelcomplex tekenen.

    4. De vader het kind slecht gewerkt heeft, is boos.

    5. De laatste het vliegtuig verliet, was de piloot.

    6. Het geneesmiddel ik nodig heb is te duur voor mij.

    7. Dat is de directeur ik een sollicitatiebrief heb geschreven.

    8. Ik weet het van mijn zus, hier een paar maanden heeft gewerkt.

    9. Er kwam een klein meisje met een teddybeer een armpje miste.

    10. Het meisje hier speelt is de dochter van mijn zus.









    End of the free exercise to learn Dutch: Relative pronouns
    A free Dutch exercise to learn Dutch.
    Other Dutch exercises on the same topic : Relative sentences | All our lessons and exercises