dutch
Log in!

Click here to log in
New account
4 million accounts created!
JOIN our free club and learn for free now!

  • Home
  • Report a bug


  •  


    Learn Dutch > Dutch lessons and exercises > Dutch test #62135
    > Other Dutch exercises on the same topics: The house | Present participle [Change theme]
    > Similar tests: - House - Living room - Kitchen - Bathroom - House - Garden - Temps primitifs-classement par groupes - Furniture
    > Double-click on words you don't understand


    Past participles - Housework


    Het huishouden

    schoonmakenreinigenboenende vloeren dweilenzemen
    poetsenschrobbenafstoffenvegenopruimen
    stofzuigende was ophangenafwassenstrijkennaaien


    Add past participles





    Twitter Share
    Dutch exercise "Past participles - Housework" created by mariebru with The test builder
    Click here to see the current stats of this Dutch test

    Please log in to save your progress.


    1. Als de kleren droog zijn, moeten ze nog worden.

    2. Mijn man heeft de borden .

    3. Ik heb de meubels .

    4. Onze buurman heeft de ramen

    5. terwijl zijn vrouw de keuken heeft .

    6. De kinderen hebben hun kamer .

    7. Tina speelt graag met het water en ze heeft het trottoir .

    8. Moeder heeft mooie kleren voor de kinderen.

    9. In de woonkamer heeft Gerda het tapijt .

    10. We hebben gedaan : het hele gezin heeft het huis .









    End of the free exercise to learn Dutch: Past participles - Housework
    A free Dutch exercise to learn Dutch.
    Other Dutch exercises on the same topics : The house | Present participle | All our lessons and exercises


    Share : Facebook / Google+ / Twitter / ...