dutch
Log in!

Click here to log in
New account
4 million accounts created!
JOIN our free club and learn for free now!

  • Home
  • Report a bug


  •  


    Learn Dutch > Dutch lessons and exercises > Dutch test #64593
    > Other Dutch exercises on the same topic: Relative sentences [Change theme]
    > Similar tests: - Relative clauses - Subordinate clauses - Relative pronouns - Relative clauses (2) - Relative pronouns - Relative pronouns - Relative pronouns - Relative sentences (4)
    > Double-click on words you don't understand


    Relative pronouns






    Twitter Share
    Dutch exercise "Relative pronouns" created by mariebru with The test builder. [More lessons & exercises from mariebru]
    Click here to see the current stats of this Dutch test

    Please log in to save your progress.


    1. Is dat de bediende op je kantoor werkt ?

    2. De familie Janssens woont in een straatje langs de gracht loopt.

    3. Dit is een zanger ik dikwijls luister.

    4. Het boek, hij praat, vertelt een mooie geschiedenis.

    5. Zie je die meneer ik gisteren sprak ?

    6. Zeg me eens zondag naar Brussel vertrekt.

    7. Begrijp je wel dat betekent ?

    8. Waar is het boek ik moet lezen ?

    9. Je moet de auto, vader op reis gaat, wassen.

    10. Is dat het woordenboek je die woorden hebt gevonden ?









    End of the free exercise to learn Dutch: Relative pronouns
    A free Dutch exercise to learn Dutch.
    Other Dutch exercises on the same topic : Relative sentences | All our lessons and exercises


    Share : Facebook / Google+ / Twitter / ...