Learn dutch 100% free
Log in!

Click here to log in
New account
4 million accounts created!
JOIN our free club and learn for free now!

  • Home
  • Report a bug


  •  


    Learn Dutch > Dutch lessons and exercises > Dutch test #68174
    > Other Dutch exercises on the same topic: Present [Change theme]
    > Similar tests: - Animals(1)-sounds - Netherlands (14) - Zijn - Present - Present: hebben - Imperfect - Present-particles - Present
    > Double-click on words you don't understand


    Present


    Present



    Twitter Share
    Dutch exercise "Present" created by mariebru with The test builder
    Click here to see the current stats of this Dutch test

    Please log in to save your progress.


    1. Op reis (slapen) vader niet goed.

    2. Hij (reizen) vooral met de trein.

    3. Soms (gaan) ik mee met hem.

    4. Mijn vriend Jan (wonen) in Brussel.

    5. Hij (studeren) om vertaler te worden.

    6. Hij (huren) daar met twee vrienden een appartement.

    7. Ik (zien) hem elke vrijdag.

    8. Ik (komen) morgen om hem te bezoeken.

    9. Ik (bellen) mijn vriend op om hem te verwittigen.

    10. Hij wil naar het restaurant gaan maar ik (eten) daar nooit !

    11. Het (kosten) te veel.









    End of the free exercise to learn Dutch: Present
    A free Dutch exercise to learn Dutch.
    Other Dutch exercises on the same topic : Present | All our lessons and exercises


    Share : Facebook / Twitter / ...