dutch
Log in!

Click here to log in
New account
4 million accounts created!
JOIN our free club and learn for free now!

  • Home
  • Report a bug


  •  


    Learn Dutch > Dutch lessons and exercises > Dutch test #91432
    > Other Dutch exercises on the same topics: Speaking | Bilingual dialogues | Janssens family | Buying in a shop [Change theme]
    > Similar tests: - Family: Janssens (1) - Introducing oneself - Dialogue : Two friends - At the doctor's - Dialogue : Family - Dialogue: Being late at work - Family Janssens (7)-Transport - Janssens (15)- Morning activities
    > Double-click on words you don't understand


    Janssens (16)- In a shop


    Mevrouw Janssens moet boodschappen doen. Een nieuwe winkel heeft zijn deuren geopend. Sonia stapt binnen.

    Goedemorgen mevrouw.
    Goedemorgen meneer. Is dit een winkel met zelfbediening ?
    Ja, mevrouw. U kiest uit de rekken wat u nodig hebt. Daar hebt u een toonbank met vleeswaren. Als u uw boodschappen gedaan hebt, gaat u naar de kassa om te betalen.

    Dank u, meneer.

    Mevrouw Janssens staat nu bij de kassa.


    De verkoper maakt de rekening en zegt : Een brood € 2 , een pakje boter € 1,5 , een pak koffie € 2,5 , een kilo suiker  € 1 ...
    Geeft u zegels ?
    Neen, mevrouw. Maar we hebben een gratis getrouwheidskaart en we  hebben  ook  dikwijls interessante promoties.
    Wat moet ik doen om deze kaart te krijgen ?
    U moet dit formulier invullen. Zodra u € 5  hebt gespaard op uw kaart, krijgt u een getrouwheidscheque, bruikbaar bij uw volgende aankopen in de winkel.
    Dank u. Kan ik met een cheque betalen ?
    Neen, mevrouw. Dat is niet meer mogelijk. Maar u kan met uw bankkaart betalen. Alles samen is dat € 22,54 .





    Twitter Share
    Dutch exercise "Janssens (16)- In a shop" created by mariebru with The test builder
    Click here to see the current stats of this Dutch test

    Please log in to save your progress.


    1. Mevrouw Janssens stapt de binnen.

    2. Ze vraagt of de winkel met is.

    3. De verkoper geeft geen .

    4. De klanten kunnen niet met een betalen.

    5. Ze kunnen met een betalen.

    6. De winkel geeft een .

    7. Om die te verkrijgen moeten de klanten een invullen.

    8. De winkel heeft ook dikwijls .

    9. Als de klanten € 5 gespaard hebben, krijgen ze een .

    10. Die is bruikbaar bij hun volgende in de winkel.









    End of the free exercise to learn Dutch: Janssens (16)- In a shop
    A free Dutch exercise to learn Dutch.
    Other Dutch exercises on the same topics : Speaking | Bilingual dialogues | Janssens family | Buying in a shop | All our lessons and exercises


    Share : Facebook / Google+ / Twitter / ...