dutch
Log in!

Click here to log in
New account
4 million accounts created!
JOIN our free club and learn for free now!

  • Home
  • Report a bug


  •  


    Learn Dutch > Dutch lessons and exercises > Dutch test #91679
    > Other Dutch exercises on the same topics: Janssens family | Cars [Change theme]
    > Similar tests: - Family: Janssens (1) - Family Janssens (7)-Transport - Janssens (15)- Morning activities - Janssens (17)- Railway station - Vocabulary: car - Janssens (38)- Coffee - Janssens (16)- In a shop - Janssens Family (30)- Towns
    > Double-click on words you don't understand


    Janssens (27)- Driving a car


     

      

    1de motorkap
    2de ruitenwisser
    3de (gelaagde) voorruit
    4(de achteruitkijk)spiegel
    5de hoofdsteun
    6het stuur
    7de buitenspiegel of zijspiegel
    8de (veiligheids)gordel
    9de kofferbak ou de kofferruimte en het kofferdeksel
    10de uitlaatpijp
    11het achterlicht, het remlicht en het achteruitrijlicht
    12de achterbank
    13het handvat
    14de deur - het portier
    15het wiel en de wieldop
    16de band (met groeven)
    17de richtingaanwijzer
    18de koplamp, het koplicht
    19de nummerplaat ou de kentekenplaat
    20de (voor)bumper

    De heer Janssens rijdt met de wagen naar het werk .

    VUL IN





    Twitter Share
    Dutch exercise "Janssens (27)- Driving a car" created by mariebru with The test builder. [More lessons & exercises from mariebru]
    Click here to see the current stats of this Dutch test

    Please log in to save your progress.


    1. Hij gaat achter het zitten.

    2. Hij start en de begint te draaien.

    3. Peter is voorzichtig en voordat hij vertrekt, kijkt hij een paar dingen na : zijn de in orde?.

    4. De functioneren ook goed.

    5. Hij stapt uit de auto en gaat kijken of de goed gesloten is.

    6. Op de legt hij zijn tas.

    7. Als je in een auto rijdt, moet je je omdoen en de heer Janssens vergeet het nooit !

    8. Hij vindt dat het nogal donker is en steekt zijn aan.

    9. Peter vertrekt nu. Hij rijdt langzaam. Op een kruispunt ziet hij een politieagent die het nummer van de van een vrachtwagen noteert.

    10. Tien minuten later rijdt hij de stad binnen. En wat later stopt hij voor zijn kantoor. Hij stapt uit en sluit het .









    End of the free exercise to learn Dutch: Janssens (27)- Driving a car
    A free Dutch exercise to learn Dutch.
    Other Dutch exercises on the same topics : Janssens family | Cars | All our lessons and exercises


    Share : Facebook / Google+ / Twitter / ...