dutch
Log in!

Click here to log in
New account
4 million accounts created!
JOIN our free club and learn for free now!

  • Home
  • Report a bug


  •  


    Learn Dutch > Dutch lessons and exercises > Dutch test #99444
    > Other Dutch exercises on the same topic: The house [Change theme]
    > Similar tests: - House - Living room - Kitchen - Bathroom - House - Garden - Past participles-Housework - Furniture
    > Double-click on words you don't understand


    House (the)


    House (the)



    Twitter Share
    Dutch exercise "House (the)" created by anonyme with The test builder.
    Click here to see the current stats of this Dutch test

    Please log in to save your progress.


    1. Mijn bed staat in mijn .

    2. Ik ga naar de om me te wassen.

    3. Ze wonen in een groot .

    4. Onze oude spullen liggen op de .

    5. Om naar boven te gaan moet ik de nemen.

    6. We eten in de .

    7. Mijn mama bereidt het eten in de .

    8. We hebben twee grote sofa's in de .

    9. Ik woon in een flat, op de derde .

    10. Onder het huis is een .

    11. Op het dak ziet u een .

    12. Mijn vader werkt in het .

    13. De auto staat in de .









    End of the free exercise to learn Dutch: House (the)
    A free Dutch exercise to learn Dutch.
    Other Dutch exercises on the same topic : The house | All our lessons and exercises


    Share : Facebook / Google+ / Twitter / ...